Je eigen kleding laten borduren: wat wij nodig hebben

Naam borduren

Ja, dat kan. Je eigen kleding laten borduren begint altijd bij het stuk zelf: jij bezorgt ons het kledingstuk, wij zetten er de naam, het logo of het motief op dat je wil. Of het lukt, hangt af van één ding: het kledingstuk zelf. De stof, de plaats waar het borduurwerk moet komen en wat er aan de binnenkant zit, bepalen samen wat er mogelijk is.

De meeste mensen die ons met een eigen stuk in de hand bellen, stellen dezelfde vraag niet hardop: komt mijn kledingstuk ongeschonden terug? Dat is een terechte zorg, want borduren is onomkeerbaar. Hieronder staat daarom niet alleen wat wél kan, maar vooral waar het mis kan gaan — en hoe wij dat op voorhand bekijken.

Welke stukken kan je aanleveren?

Vrijwel alles wat van geweven of gebreid textiel is en dat wij vlak of rond kunnen inspannen. In de praktijk komt het meeste hierop neer:

  • Werkkleding en bedrijfskleding — een jas, softshell, bodywarmer, polo of hemd die je al van je werkgever kreeg of zelf aankocht.
  • Truien, sweaters en hoodies — vaak voor een clubnaam, een familienaam of een gelegenheid.
  • Hemden, blouses en poloshirts — meestal een klein logo op de borst of een initiaal op de manchet.
  • Uniformstukken — een scoutshemd, een koksbuis, een schort, een stuk dat je niet zomaar vervangt.
  • Tassen, handdoeken en ander textiel — sporttassen, boekentassen, badtextiel, keukenschorten.
  • Petten en mutsen — die gaan in een apart petraam; het kan, maar de plaatsing is beperkter en het ontwerp moet daarop afgestemd zijn.

Zoek je in de eerste plaats naar de dienst zelf, dan vind je op onze pagina over borduren op kleding hoe wij werken en wat we in huis hebben. Dit artikel gaat specifiek over stukken die je zélf aanlevert.

Wanneer een kledingstuk zich niet leent voor borduren

Een borduurmachine duwt een naald honderden keren per minuut door de stof heen. Wat daar gebeurt, hangt af van wat die naald tegenkomt.

Voering en dubbele lagen. Een winterjas, een gevoerde bodywarmer of een gevoerde gilet heeft een binnenlaag die los van de buitenlaag hangt. Wij kunnen die niet mee inspannen zonder dat de voering scheeftrekt. Soms kan de voering aan één kant geopend en nadien weer gesloten worden. Dat is naaiwerk dat losstaat van het borduren; we bekijken per stuk of het haalbaar is en zeggen vooraf als het niet gaat.

Waterdichte en gecoate stoffen. Regenjassen, sommige softshells en technische buitenkleding hebben een coating of een membraan. Elk naaldgat is daar een blijvend gaatje in de waterdichtheid. Technisch gezien lukt het borduren meestal wel, maar het kledingstuk verliest op die plek zijn functie. Bij zulke stukken bekijken we daarom of een losse geborduurde patch een betere weg is: die borduren we op eigen materiaal, zodat het membraan niet over het hele ontwerp doorprikt raakt. Ook het bevestigen van zo’n patch laat sporen na, dus ook die keuze bespreken we vooraf.

Sterk rekkend brei- en tricotwerk. Dunne T-shirtstof, fijne truien en sportkleding met veel stretch trekken samen rond het borduurwerk als er niets onder zit. Daar hoort een wegknipbare versteviging bij die onder het borduurwerk blijft zitten, en bij heel rekbare of pluizige stoffen komt er ook een oplosbare toplaag op, zodat de steken niet wegzakken in het breisel. Dat lost het meestal op, maar niet altijd: bij zeer fijn breiwerk blijft het risico bestaan dat het kledingstuk ter plaatse iets stugger aanvoelt.

Naden, zakken, ritsen en knoopsluitingen. Een borduurraam heeft een vlak stuk stof nodig. Zit er een zak, een rits, een schouderpas of een dubbele knoopsluiting op de plek waar het logo moet komen, dan kan het raam daar niet omheen. Vaak schuift het ontwerp dan enkele centimeters op. Kan dat niet, dan zeggen we dat.

Al gedragen en versleten stukken. Dunne, verkleurde of op de naden verzwakte kleding kan de spanning van het inspannen slecht verdragen. Bij een stuk met emotionele waarde bespreken we dat liever op voorhand dan achteraf.

En dan het punt dat alles overkoepelt: borduurwerk gaat er niet meer uit. Je kan de draad wegtornen, maar de gaatjes van de naald blijven zichtbaar in de stof. Wat wij borduren, is definitief. Dat is meteen de reden waarom we bij twijfel liever eerst overleggen.

Waar op je kledingstuk kan het borduurwerk komen?

De gebruikelijke plaatsen zijn de linkerborst, de rug tussen de schouderbladen, de mouw ter hoogte van de bovenarm en de kraag of nek. Voor een pet is dat de voorzijde of de zijkant.

Wat er past, hangt af van de plek. Een logo op de borst blijft klein en werkt het best als het ontwerp weinig fijne details heeft: dunne lijnen en kleine letters lopen bij een klein formaat in elkaar. Op de rug is er veel meer ruimte, dus daar kan een volledig ontwerp of een grotere tekst. Vertel ons gewoon wat je in gedachten hebt en waar — wij zeggen of het op dat formaat leesbaar blijft, en zo niet, wat er moet wijzigen.

Wat er met je stuk gebeurt zodra het bij ons binnenkomt

We meten eerst op waar het borduurwerk komt en controleren wat er aan de binnenkant van die plek zit. Daarna kiezen we de versteviging die bij de stof past, spannen we het kledingstuk in en borduren we. Tot slot wordt de achterkant afgewerkt en de overtollige versteviging weggenomen, zodat het aan de binnenzijde niet krast.

Bij een ontwerp dat we voor het eerst uitvoeren, kunnen we eerst een proefstuk op vergelijkbare stof maken voordat we aan jouw kledingstuk beginnen. Zo zie je het resultaat op een lapje in plaats van op je jas. Vraag daar gerust naar bij je aanvraag. De volledige gang van zaken van aanmelding tot afwerking staat stap voor stap beschreven in ons borduurproces.

Wat je meestuurt met je kledingstuk

Drie dingen maken het verschil tussen vlot en traag:

  1. Je ontwerp of bestand. Een logo in vectorformaat is het makkelijkst, maar een scherpe afbeelding of zelfs een duidelijke foto van een bestaand borduurwerk volstaat om mee te beginnen.
  2. De gewenste plaatsing en het formaat. Een foto van het kledingstuk met een aanduiding erop werkt beter dan een beschrijving in woorden.
  3. De kleuren. Borduurgaren wordt gekozen uit een vaste kleurenkaart. Heb je huisstijlkleuren, geef die dan mee; wij zoeken de dichtstbijzijnde garenkleur.

Een logo kan niet rechtstreeks door een borduurmachine gelezen worden — het moet eerst omgezet worden naar een steekbestand. Dat noemen we digitaliseren, en daarin wordt bepaald in welke richting de steken lopen en hoe dicht ze liggen. Die omzetting doen we één keer per ontwerp; daarna gebruiken we hetzelfde steekbestand opnieuw voor volgende stukken. Verandert het formaat sterk, of gaat hetzelfde logo van een geweven hemd naar een pet, fleece of badstof, dan stellen we het bestand daarop bij — de steken moeten passen bij wat eronder ligt.

Eén stuk of meerdere stukken tegelijk

Beide kan. Eén jas voor jezelf is even goed een opdracht als een reeks truien voor een ploeg. Wat wel verschilt, is de voorbereiding: bij één stuk gaat alle aandacht naar dat ene kledingstuk en de plaatsing erop, bij een reeks kijken we ook of alle stukken dezelfde stof en dezelfde maatverdeling hebben, zodat de plaatsing over de hele reeks consistent blijft.

Lever je stukken in verschillende maten aan, meld dat dan. Een logo dat op een maat S mooi op de borst zit, staat op een maat XXL te hoog als we de plaatsing niet per maat bijstellen.

Veelgestelde vragen

Welke kledingstukken lenen zich niet goed voor borduren?

Gevoerde kleding waarvan de voering niet los kan, waterdichte of gecoate stoffen waar elk naaldgat blijvend is, en zeer fijn of sterk rekkend breiwerk. Ook plekken met een zak, rits of dikke naad zijn lastig, omdat het borduurraam daar geen vlak stuk stof vindt. Bij zulke stukken bekijken we of een andere plaatsing of een geborduurde patch een betere oplossing is.

Blijft er een gaatje achter als het borduurwerk weggehaald wordt?

Ja. De draad kan weggetornd worden, maar de perforaties van de naald blijven zichtbaar in de stof. Borduren op een bestaand kledingstuk is daarom een keuze die je niet terugdraait. Om die reden overleggen we liever eerst over plaatsing en formaat dan achteraf.

Moet ik het kledingstuk gewassen aanleveren?

Graag wel, en het liefst zonder wasverzachter. Een schoon en droog stuk spant vlakker in, en resten van wasverzachter maken de stof glad, waardoor ze onder het borduurraam sneller verschuift. Strijken hoeft niet.

Je stuk laten bekijken

Twijfel je of jouw kledingstuk geschikt is? Stuur ons een foto van het stuk en van de plek waar het borduurwerk moet komen, samen met je ontwerp. Wij kijken ernaar en zeggen eerlijk of het kan, of het aangepast moet worden, of dat er een betere oplossing bestaat.

Vraag vrijblijvend je offerte aan.

↑
Offerte aanvragenBel ons